Zij werd geboren te Gheluwe in West Vlaanderen op 1 juli 1790 (Rinchon alliances, p. 97). Gheluwe hoort nu bij Wervik. Boniface zal daar wel douanier geweest zijn. Zij was naaister van beroep toen zij trouwde te Thulin op 17 augustus 1825 met kleermaker Jean Baptiste Patte, geboren te Thulin op 3 februari 1802 als zoon van Thomas en Marie Thérèse Nicaise (tafels BS n°85). Hij overleed op 36 jarige leeftijd te Thulin op 31 december 1838 en liet een zoon na, Boniface Joseph Patte, geboren te Thulin op 28 mei 1826, eveneens kleermaker. Deze trouwde op 1 maart 1848 met Joséphine Hernaut, in 1820 eveneens geboren te Thulin, dochter van François Philippe Hernaut en Augustine Peltier. Hij overleed te Thulin op 12 november 1893. Hij heeft nog steeds nazaten in Thulin in de families Patte, Hernaut, Druart, Sigart, Prévot, Delcourt, Castelin, Stalins en misschien nog andere (Rinchon alliances, p. 97).
Leon Amand vermeldt ook nog een kind, Eugène of Eugenie, geboren in 1834 en overleden op 29 mei 1851 te Thulin. Dit moeten we ook nog eens checken.
Het lijkt me ook aangewezen om haar huwelijksakte na te lezen en in Geluwe de bevolkingsregisters te raadplegen om te zien of we daar meer vinden over het gezin van Boniface en Isabelle Dupré. Het kan bijna niet dat er geen geboorte is tussen 1790 en 1800 (geboorte van Charles Antoine in Stabroek).

Zij werd geboren te Brussel rond 1788. Bij haar huwelijk was ze 36 (tafels BS n°32). Zij trouwde te Thulin op 12 mei 1824 met dagloner Alexis Joseph Dubus, geboren op 22 juni 1782, zoon van Jean Joseph (1742-1817) en Elisabeth Mahieu (ca 1743-1802). Het was haar achterneef want hun grootouders Jean Joseph Amand en Catherine Joseph Amand waren broer en zus. Ze kregen een dochter Elisabeth in 1825 (geneanet – reghemdidier)
Hij was een eerste maal gehuwd met Henriette Barbieux waarmee hij een zoon Jean Baptiste had, die 56 was in 1865.
Op 10 januari 1827 trouwde er weer een Alexis Joseph Dubus (dezelfde?) met Alexandrine Feron (tafels BS n°33). Eens checken of Anne intussen gestorven was. Alexis Joseph overleed te Thulin op 13 februari 1832 en was toen 58 (leon amand).
Dus haar huwelijksakte nog eens nalezen en eventueel ook de bevolkingsregisters om te zien wanneer ze uit Thulin vertrokken is. Ook de huwelijksakte van 10 januari 1827 kan ons iets wijzer maken.

Geboren en gedoopt te Thulin op 11 maart 1771. Zijn peetouders waren Jean Baptiste Amand en Marie Antoinette Malacose (PR p. 557). Beiden konden niet schrijven. Deze Malacose was een dochter van Jacques en Catherine Leclercq, geboren op 8 juni 1760.
Grégoire Joseph was dagloner, kon schrijven en was op 26 jarige leeftijd getuige bij de geboorte van Jean Baptiste Baland te Thulin op 23 oktober 1797. Hij trouwde te Hainin op 8 november 1802 met Marie Therese Brohee, rond 1761 geboren als dochter van Nicolas (+ voor 1802) en Marie Josephine Saussez (leon amand). Ze kon niet schrijven.

Hij werd geboren en gedoopt te Thulin op 19 april 1768. Peetouders waren Boniface Michel Amand (zijn oudste broer?) en Marie Joseph Boulanger. We vernemen uit verscheidene akten dat hij niet kon schrijven en dat hij van beroep ménager, ouvrier en journalier was.
Hij trouwde te Thulin op 11 november 1790 met Marie Alexandrine Debiève, dochter van Jean Gabriel Debiève (geboren te Thulin op 13 augustus 1732 en er overleden op 7 december 1773) en Marie Antoinette Pierart (geboren te Dour rond 1736)(bron alexis amand). Marie Alexandrine was geboren in Thulin op 5 april 1769. Getuigen bij het huwelijk waren Alexandre Joseph Amand, waarschijnlijk zijn neef, en François Bruyere.
Toen hij 38 was, ging hij de dood van zijn schoonmoeder aangeven samen met haar zoon Jean Baptiste Debiève. Dit was op 29 germinal van het jaar XII, dit is 19 april 1804 om 4 uur. Toen hij het overlijden van zijn dochter Marie Augustine ging aangeven in 1807 woonde hij in Ponenghe, het grootste gehucht van Thulin.
Uit zijn huwelijk kwamen 9 kinderen.
Jean Joseph overleed op 22 april 1838 (geneanet utilisa1) en zijn vrouw op 22 januari 1844, 74 jaar oud. Dit overlijden werd aangegeven door haar zoon Jean Baptiste en ene Jean Joseph, 38 jaar oud.

Uit de nota’s van Leon Amand haal ik nog volgende gegevens over DEBIEVE. Ze moeten nog eens onderzocht worden en kunnen misschien nuttig zijn voor iemand.
- Ene François DEBIEVE sterft op 08-09-1721, 43, dus geboren rond 1678. LAm schrijft erbij: “inhumé dans l’église … la chapelle de St Martin en verder “le fils François (05-11), + 30 ans, noyé dans la rivière qui va de Crepin à Condé”. (dus geboren rond 1691)

- Marie Adrienne DEBIEVE was 44 toen ze stierf op 19-10-1769. Dus geboren rond 1725.

- Ene Marie Joseph DEBIEVE was 29 toen ze stierf op 31-03-1773 en dus geboren rond 1744.

- Ene Marie DEBIEVE stierf op 77 jarige leeftijd op 24-02-1785, als weduwe van Nicolas Joseph HENAUT. Dus geboren rond 1708.

Hij werd geboren te Thulin op 5 mei 1765 om 18 uur en er dezelfde dag gedoopt. Peetouders waren Nicolas Joseph Amand en Marie Constance Amand, die niet kon schrijven. Waarschijnlijk dezelfde meter als bij de doop van broer Jean Joseph?

Hij trouwde een eerste keer te Quaregnon op 23 oktober 1787 met Scolastique Caudron, geboren op 29 april 1760 te Quaregnon (alain wagner op geneanet) en er overleden op 24 april 1826.

Hij hertrouwde dan op 27 juni 1827 – 2 maanden later – als 62-jarige te Quaregnon met de 33-jarige dagloonster Marie Pacifique Brohee, een dochter van Marie Thérèse Brohée (zie huwelijksakte). Getuigen bij dit huwelijk waren Ferdinand Dubreux, 55, Edouard Dubreux, 21, Casimir Lenglet (burgemeester schrijft Lenglais), 35 en Nicolas Stievenart, 30, allen van Quaregnon. Hij was toen molenaar van beroep. Zij was geboren te Hainin op 2 mei 1794. Uit dit huwelijk kwamen 2 kinderen.

Hij overleed in Quaregnon op 24 november 1831, 66 jaar oud (leon amand). Zijn vrouw trouwde na zijn overlijden met landbouwer Felix Derbaix. Ze overleed te Quaregnon op 21 januari 1862.

Hij werd geboren en gedoopt te Thulin op 27 augustus 1756 (PR film 456, p. 332). Peetouders waren Jacques Joseph Lavoine en Marie Augustine Joseph Amand, beiden uit Thulin. Deze Amand is in 1764 ook meter bij de geboorte van Augustine Amand, een dochter van Estienne en Marie Philippe Image, maar ik kan ze nog niet thuisbrengen in mijn stamboom.

In 1792 is Cyrille ouvrier. Als beroep wordt ook manoeuvre vermeld en in 1814 dagloner. Hij trouwde in Thulin op 12 november 1781 met Marie Caroline Lorimier, dochter van ménager Charles Lorimier en Marie Catherine Douchy (gehuwd in april 1758). Deze was geboren rond 1757 want volgens de huwelijksakte (PR p. 149) was ze 24 toen ze trouwde. Beiden konden niet schrijven. Getuigen bij het huwelijk waren Isidore Wattier en Alexis Joseph Proveur, beiden kinderen van een ménager van Thulin. In 1833 was ze dagloonster. Ze overleed te Thulin op 21 mei 1835. Ze was 82 volgens de akte en zou dus geboren zijn in 1753 (leon amand). Uit dit huwelijk komen 8 kinderen, allen geboren te Thulin. Hij overleed in Thulin op 27 februari 1839, ook 82 jaar oud (leon amand).

Dit is weer een rechtstreekse voorvader. Hij werd geboren en gedoopt te Thulin op 7 januari 1754 (PR film 456, p. 304). Peetouders waren Jean Michel Henaut en Marie Françoise Dassonville. Kapelaan was J.J.Daucho. Ik vermeld hier dat ook al een Henaut en een Dassonville peetouders waren van een kind van Alexis Amand en Adrienne Lemaire in 1753. Deze Marie Françoise was waarschijnlijk een zus van Anne Joseph.

Via verschillende akten en enkele minder zekere gegevens kunnen we toch iets over deze rondtrekkende douanier vertellen. Rond 1785 was hij in Brussel, waar hij trouwde met Isabelle Dupré (Duret, Duprès, du Pré), geboren te Brussel (volgens trouwakte van dochter Marie Anne) rond 1767. Ze overleed te Thulin op 15 december 1833 (leon amand). Ze was een dochter van Mathieu Dupre en Anne Marie Hobert. Uit dit huwelijk kwamen 6 kinderen.

Rond 1788 was hij in Brussel, waar hij zijn eerste dochter kreeg. In 1790 was hij in Gheluwe, het huidige Wervik in West-Vlaanderen, waar zijn tweede dochter geboren werd. Van 1800 tot 1805 woonde hij als douanebeambte in Stabroek, waar zijn 4 andere kinderen geboren werden. In de geboorteakte akte van 1802 staat dat hij 47 was en douanebeambte in het kantoor van “Putte France”. Er staat bij dat hij in Thulin geboren was, in het departement Jemappe en dat hij in Stabroek woonde in de zesde sectie.

Was hij in 1823 getuige bij aangifte van het overlijden van een buur in Thulin? Deze getuige was toen 64 en rentenier en woonde in de section A 118. In 1825 was hij volgens de huwelijksakte van zijn dochter 73 en herbergier in Thulin. In december 1827, bij het huwelijk van zijn zoon Charles Antoine met Valentine Debaisieux, was hij gepensioneerd en woonde nog steeds in Thulin. In januari 1828, bij de trouw van zijn zoon Jacques met Marie Thérèse Joseph Ducobu te Boussu, was hij er nog steeds bij en woonde hij nog in Thulin. Op 16 december 1833 stierf zijn vrouw te Thulin, in de leeftijd van 66 jaar. Dan staat hij nog steeds als herbergier ingeschreven. Zelf stierf hij op 28 augustus 1836 te Bury in de ouderdom van 82 jaar (leon amand). Ik moet nog eens zoeken of hij geen kinderen heeft gehad na de gboorte van zijn tweede dochter, want daarna is er een periode van 10 jaar zonder kinderen en dat lijkt lang.

Vermits Boniface douanier was op het einde van de 18e eeuw, vermelden we hier enkele wetenswaardigheden over dit boeiend beroep, zoals die vermeld staan in het werk “La douane belge au temps de Marie-Thérèse et de Joseph II”, dat J. Pricken schreef in Brussel in 1965. Deze was “directeur général honoraire des douanes et accises”. Ter herinnering vermelden we hier dat België onder Oostenrijks Bewind leefde van 1713 tot 1794. De wijze en geliefde Maria Theresia regeerde van 1740 tot 1780 en de verlichte en voortvarende “keizer-koster”, Jozef II regeerde van 1780 tot 1790.

Hoe zou Boniface zijn aangeworven?
Vanaf 1779 stond de recrutering voor de ondergeschikte kaders op punt. De geïnteresseerden moesten vrijgezel zijn, tussen 20 en 30 jaar oud en zich op het kantoor van de regie begeven voorzien van een doopakte en een getuigenis van goede zeden, dat moest afgeleverd zijn door de pastoor of door de wetsdienaars van zijn woonplaats. Reeds in 1770 was bepaald dat ze moesten kunnen lezen en schrijven. Als bewijs hiervan twee sierlijke handtekeningen op akten van 1802 en 1825.

De clausule over het celibaat was gerechtvaardigd, gezien de lage lonen van de bedienden. Ze zouden moeilijk een familie kunnen onderhouden. Als ze, eenmaal in functie, wilden trouwen, moesten ze daarvoor de uitdrukkelijke toelating krijgen van de “Conseil des Finances”, het hoogste administratieve gezag bij de douane. Deze toelating was trouwens later nog vereist, zoals blijkt uit bijgevoegd uittreksel uit de huwelijksakte van mijn rechtstreekse voorvader Charles Antoine Amand in 1827. Vrij vertaald staat er: Charles Antoine Amand, 27, bediende te voet van de 4de klas in Bon Secours. Gedomicilieerd in Blaton. Vrij van legerdienst volgens het getuigschrift van zijne excellentie de gouverneur van de provincie Brugge van 15 september 1826 en toegestaan te huwen door toestemming van de Raad van State afgeleverd te Den Haag op 29 oktober 1827. Geboren te Stabroek…

Over die lonen gaan we het nu hebben. Een gewone “garde” verdiende ongeveer 240 gulden per jaar en hij moest zelf instaan voor zijn woonst. Wat dit betekent, moge blijken uit het volgende: in 1770 betaalde een ongehuwde beambte 18 gulden per jaar voor de huur van kwartieren met twee plaatsen, met een tafel, een houten bed, een kast, twee stoelen en een draagbaar kookvuur. Voor een huis – en een gehuwde beambte had dit allicht nodig – betaalde men ongeveer 26 gulden jaarlijks. De beambten moesten trouwens ook zelf hun schouderriem betalen. Deze was versierd met een bronzen medaille en diende als herkenningsteken. Ze moesten zich ook op eigen kosten wapens aanschaffen. Dit kon een geweer, een pistool of een sabel zijn. Terloops merken we hier op dat er geen duidelijke onderrichtingen bestonden om het gebruik van de wapens te regelen. Als we die lonen en onkosten nu vergelijken met andere categorieën arbeiders, komen we tot het besluit dat een douanebeambte er niet slechter aan toe was dan een geschoold arbeider, zeker daar hij een vast beroep had en dus minder kans op werkloosheid.
Daartegenover moeten we echter twee dingen stellen. Ten eerste dat de douanier veelvuldig moest verhuizen. We nemen hier het voorbeeld van Boniface en kunnen stellen dat hij in zijn leven toch heel wat heeft rondgetrokken. Uit verschillende documenten kan ik afleiden waar hij gedomicilieerd was:
1754 Thulin
1785, 1788 Brussel
1790 Geluwe
1800, 1805 Stabroek
1823, 1825, 1827, 1828, 1833 Thulin
1836 Bury

Het kon erger… een gewone “garde” kon in zo’n twintig (!) verschillende plaatsen moeten dienst doen. Als ze moesten verhuizen kregen ze trouwens geen enkele vergoeding. Was het een verre verplaatsing, dan verkochten ze hun meubelen aan een spotprijs en als de winter naderde, verkochten ze ook nog hun voorraad aardappelen… Als voorbeeld dit geval uit 1761: een zekere garde Robles werd van Rolduc, bij Kerkrade, overgeplaatst naar Avelgem. Hij vertrok op 7 oktober en kwam aan op de 17e. Voor zijn reiskosten kreeg hij tweemaal een voorschot, dat later van zijn wedde werd afgehouden. Slechts in 1787 kwam er een vergoeding voor de lagere bedienden, het bescheiden bedrag van tien gulden.

Ten tweede dat de minste onregelmatigheid hem zoniet zijn werk, dan toch een halve of een hele maand wedde kon kosten. Als voorbeelden van misstappen geven we hier: trouwen zonder toestemming van de Raad van Financiën; vragen om te trouwen met een meisje dat door toedoen van de douanier zwanger was of voorliegen dat ze zwanger was; geen schouderriem dragen; jagen; honden houden; handel drijven; dronkenschap, de meest voorkomende misstap. In 1774 werden er om deze reden 35 douaniers afgedankt en in 1775, 36. Gelukkig betekende straf niet altijd ontslag. Soms werd een beambte gedegradeerd of werd zijn wedde verminderd.

In verband met pensioenen, kunnen we vermelden dat er voor een douanier geen ouderdomsgrens bepaald was. De meesten werkten dan ook zo lang mogelijk, want als pensioen kreeg men soms maar 120 gulden of minder. In 1765 waren er zo nog 19 beambten tussen de 65 en 70, 4 tussen 70 en 75 en zelfs 5 van nog ouder. Later, na 1782, werd er toch een vast pensioen voorzien al naargelang de jaren dienst.

Stierf een douanier, dan kreeg de weduwe één maandwedde doorbetaald om terug te keren naar haar geboortestreek… Soms kreeg ze drie maanden wedde “als het echt nodig was en als er kinderen waren”.

Als besluit vertaal ik vrij het besluit van auteur J. Pricken. “Deze “belle époque” van de tweede helft van de 18e eeuw, was voor de kleinen, voor het voetvolk van de douane, een ijzeren periode, die de geschiedenis niet vermeldt. De douanier had grote schrik voor de dag van morgen, voor ziekte, voor ouderdom. Hij liep het risico op elk moment verplaatst te worden naar de andere kant van het land. Hij was voortdurend bang een onregelmatigheid te begaan, want die kon hem een halve of een hele maand wedde kosten. Hij had schrik afgedankt te worden en zich te bevinden tussen de massa werklozen, bedelaars en landlopers”.

Dit is voor mij weer een rechtstreekse stamvader. Hij werd om 23 uur geboren te Thulin op 14 mei 1731 en er ’s anderendaags gedoopt (PR film 456, p. 153). Zijn peetouders waren Jacques Joseph Amand en Catherine Joseph Decamps. Beiden zijn kinderen van een huisman, kunnen niet schrijven en wonen in Thulin. Wie is deze Jacques Joseph Amand? Kan de zoon van Jean François en Cuvelier zijn, maar dat lijkt weinig waarschijnlijk want hij was dan maar 14. Gelijkaardig geval: ik heb maar één Catherine Joseph Decamps en dat is de dochter van Anthoine en Marie Catherine Amand, maar ook maar 15 op dat moment. In dat geval zouden neef en nicht peter en meter zijn.

Van beroep was hij huisman, zo blijkt uit akten van 1781 en 1786. In doopakten van zijn kinderen in 1765 en 1771 kunnen we zien dat hij niet kon schrijven. Op 4 november 1751, huwde hij te Thulin met Marie Thérèse Crepin (PR p. 73). Getuigen bij dit huwelijk waren Gabriel Joseph Brogniez en Jean Joseph Feron. De gehuwden konden niet schrijven. Een leuk toeval is dat de doopakten van beiden in één oogopslag te zien zijn in het doopregister! Ze werden beiden dan ook door dezelfde vicaire Cotteau gedoopt. Ze kregen 8 kinderen.

Marie Therese Crepin werd te Thulin geboren op 3 februari 1731 om 22u30 (PR film 456, p. 152; Alexis Amand heeft kopie op zijn site). Beiden werden dus bijna ook nog op hetzelfde uur geboren! Ze werd natuurlijk ook pas ’s anderendaags gedoopt. Haar peetouders waren Louis Crespin, zoon van een huisman en Marie Thérèse Roussier, servante. Beiden waren van Thulin en hebben niet getekend.

Hij overleed op 16 maart 1786 te Thulin op 54 jarige leeftijd en werd er de dag nadien begraven (PR film 457, p. 189). Zij overleed op 13 februari 1791 te Thulin op 61 jarige leeftijd (huwelijksakte van zoon Jacques Joseph). Ze was de dochter van Anthoine Crepin en Marie Philippe Dubus, overleden op 8 april 1767 te Thulin.

Hier iets meer over de familie Crepin, ook wel Crespin geschreven. Uit de geschiedenis kennen we de gebroeders Crépin et Crépinien, de patroons van de schoenlappers, die de marteldood stierven in Gallië in het jaar 287. Hun patroonsfeest is de 25ste oktober. Verder weten we ook dat in het arrondissement Valenciennes, niet zover van Thulin vandaan, de gemeente Crespin ligt, vroeger gekend om zijn steenkool en metaalnijverheid.

Vader Anthoine Crepin werd rond 1691 geboren. Dit weten we omdat inzijn overlijdensakte op 20 april 1731 staat dat hij “ongeveer 40 jaar” oud was. Hij werd ’s anderendaags in Thulin begraven. Hij heeft zijn jongste dochter Marie Thérèse maar goed twee maanden gekend. Van beroep was hij manouvrier. Maar hij kon wel schrijven. Met Marie Philippe Dubus kreeg hij 5 kinderen:

Louis Crepin, geboren op 23 mei 1723 te Thulin om 7 uur en er dezelfde dag gedoopt. Zijn peetouders waren Louis Calliau, uit Athus en Marie Agnesse Dehenin. Beiden hebben getekend.

Marie Rose Crepin, om 21 uur geboren op 23 juni 1725 te Thulin en er ’s anderendaags gedoopt. Haar peetouders waren Anthoine Roland, die heeft getekend en Marie Anne Lorimier, beiden van Thulin.

Marie Catherine Joseph Crepin, een tweelingzus van Marie Rose. Haar peetouders: Nicolas Prevot en Catherine Joseph Danniau, beiden van Thulin.

Anthoine Joseph Crepin, gedoopt op 12 februari 1729 te Thulin. Peetouders: Pierre Joseph Dupas, fils de maréchal, die heeft getekend en Catherine Cirlocq, fille de manouvrier, die niet heeft getekend. Beiden zijn van Thulin. Deze Dupas was op 15 mei 1724 ook peter van Jenne Joseph Crepin, dochter van Mathieu en Marie Joseph Casuin. Meter was hier Jenne Feron, fille de manouvrier. Deze Mathieu en de peter van Marie Thérèse, Louis, waren waarschijnlijk broers van Anthoine.

Marie Therese Crepin, gehuwd met Jean Joseph Amand.

Geboren om 18 uur op 17 december 1729 te Thulin en er gedoopt op 18 december (PR film 456, p. 148). Peetouders waren Jacques Denis Gilmand, knecht en Marie Catherine Cirlocq, dochter van een huisman. Beiden hebben niet getekend. Is deze meter dezelfde als bij een zoon van Anthoine Crepin, een paar maanden eerder?

Hij overleed vóór 1731 want dan werd opnieuw een Jean Joseph gedoopt.

Estienne Joseph werd geboren op 10 november 1723 te Thulin om 2 uur in de morgen en dezelfde dag gedoopt (PR film 456, p. 122). Peetouders waren Estienne Hautois, kolenbrander van Elouges, een dorp even ten zuiden van Thulin, en Therese Joseph Tilliot, fille de censier van Thulin. Beiden hebben niet getekend. Vader Alexis was ook hier niet aanwezig. Nogmaals blijkt hier de band tussen Tilliot en Amand. Meter Thérèse Joseph was gehuwd met Ignace Lorio, peter van het derde kind van Alexis.

Estienne Joseph huwde rond 1759 te Thulin met Marie Philippe Image, rond 1725 geboren te Angreau in het kanton Dour als dochter van Antoine en Marie De Croolst (leon amand). Ik heb 5 kinderen uit dit huwelijk genoteerd. Hij overleed op 15 oktober 1800 te Thulin op 76 jarige leeftijd en werd er ’s anderendaags begraven, 70 jaar zijnde, volgens de akte… (PR film 457, p. 270). Marie Philippe overleed te Thulin op 25 november 1816. Ze was er 91. Het overlijden werd aangegeven door haar zoon Alexandre Joseph (leon amand).

Van Estienne Joseph weet ik nog dat hij peter was van Julien Le Blou. Meter was daar Marie Françoise Lorimier, dochter van een huisman. In sommige akten vind ik ook Marie Joseph als voornaam.