Mijnheer en Vriend!

De zinsneden van ued Gee…1 gisteren ontvangen, kwamen mijn zoo

hartgrievend voor, als of mijn eigen ondergang er aan afhing. Want diergelijke treurige

voorvallen voornamentlijk van een trouwen vriend hebben invloed als of er mijn welzijn

aangelegen was. Ook zoude mijn dadelijk op reijs begeven, ten einde aan u verzoek

te voldoen. Mijn hart en gemoed is reeds bij u. Maar voor den paaschtijd is dit onmogelijk

want hier is 11 maal lof in de week, viermaal in 2 kerken, en zevenmaal in de parochie.

Zondags kunnen zij de misse niet ontberen, ook moet ik instructie in het lof doen, en zondags

somwijlen in de vroeg en hoogmis, zoo dat ik in dit ogenblik niet kan afwezend zijn.

Maar na de paastijd zal ik op het spoedigste tragten u te komen vinden, en zal u

ondertusschen in de H misse en in mijn zwak gebed gedachtig zijn. Geen moeite zal door

mijn ontzien worden worden om u dienst te bewijzen, zoo bij dage als bij nagt. Het staat u

vrij over mijn te beschikken als of ik u toebehoorde. Laten wij ons vertrouwen

stellen op den geenen die de rampen zend, en tegelijk onzen verhoopten is. Schoon

worden wij geslagen, neffens de wonden, vinden wij den balzem, vol betrouwen

in hem zal wij de genezing verhopen. Worden wij met tegenspoed overvallen, zoo kunnen

wij om onder zijne wonden rekenen, alwie God niet verlaat zal van hem niet verlaten

worden. Immers heeft hij het zoet niet verdient die het zuur niet geproeft heeft.

Konde ik mijn persoon verdubbelen in drij dagen was ik bij u. Oeffent zoo lang

gedult zonder het vertrouwen te verliezen. Totdat mijn God u voldoening verlene

van u zoo zeer ik kan behulpzaam te zijn. Naar dat gij den brief zult gelezen

hebben bid ik u den zelven dadelijk te verbranden. Verzoeke ter zelven tijd dit klein ???

ingeslotene, aen mijne meid of aen Antoon ??? te doen geworden

ontvangt de hartelijke groetenisse

mijnheer en vriend

van ued ootmoedigen


1 is dat een eigennaam? (TC)