Mijnheer en Vriend!


Alhoewel ik u reeds een brief zonder adresse en zonder naam geschreven

had, die gij den 8 s’ avonds moest ontfangen, en die reeds onder weg was eer ik

den uwen ontfang, en dat hij ongeleend is, en dat hij ingesloten was behaagde het

mijn niet dat hij onder vreemde ogen kwam. Nogtans u te antwoorden is

voor mijn een pligt. U in geen hoegenaamde omstandigheden te verlaten zijn

mijn inzigten, u bij te staan in alle wederwaardigheden is mijne voldoening.

Alle rampen van u afkeren alwaar het mijn mogelijk is, hier toe zal alle

middelen beramen. Ook kunt gij staat maken, dat ik u hulp zal bieden

in alle gevallen zonder ooit te ontbreken, niet uit belangen, maar uit vriendschap

en genegenheid. Ondertusschen zult gij niet kwalijk nemen, als ik eenige

kwestiens aanroere, zij zijn niet om u te vergrammen, maar enkelijk om tot het

doel te geraken. Diensvolgens 1° hoe lang woont gij op het goed? Heeft het

zonder uitsluiting eenen regtvaardigen oorsprong?

2° Hebt gij geen vijanden in de gebuurte, die uwen ondergang bewaken, personen

die gij zoud misdaan hebben; of die u gaarne zoude doen verhuize om het te bekomen?

3° Zijn der onder uwe huisgenoten geen daar gij vermoeden zoud op kunnen hebben?

4° Als een beest zoude vergaan, zult gij de mage en ingewanden doen visiteren1?

5° Stelt u voor eenigen tijd in de assurantie het is beter jaarlijks iet op te

brengen, dan u aan het verlies bloot te stellen.

Stelt u overigs gerust ik hope dat alles wel zal uitvallen. In afwagting

van een min treurig antwoord.

Groete het huisgezin van harten.

ued DW. vriend en dienaar

1 ik denk onderzoeken alhoewel niet in die betekenis in gtb