Wat nu volgt heb ik ook allemaal overgemaakt aan historicus Kristof Smeyers die onderzoek heeft gedaan naar de geschiedenis van religie, magie en wetenschap. Op voorhand heb ik ook alles doorgestuurd naar mijn collega Theo Coun en naar Marcel Braekers, neef van Grietje. Ondertussen is eind oktober 2026 het boek “Uitdrijven, een beknopte geschiedenis van het exorcisme” van K. Smeyers verschenen en op de bladzijden 80- 84 is daarin dit geval van exorcisme heel mooi verwerkt, wat mij uiteraard heel veel plezier doet!

Het exorcisme heeft plaats op 3 april 1856. Dat kan ik afleiden uit brieven die Jan Bartel bewaarde in zijn blauw schrift waarin hij vele gegevens noteerde over zijn familie, de erfenissen, de verpachting, aankoop en verkoop van gronden en zoveel dingen meer. Een schat aan informatie.

Tussen de opeenvolgende bladzijden zitten er ook losse documenten, waaronder een hele correspondentie met onder meer zijn nicht Mimie Braekers, een dochter van Nicolaas Hubert (°1775), een broer van zijn vader Willem Frans. Ze heeft hem 2 brieven (in het Frans) geschreven, in de eerste (transcriptie) vraagt ze Jan Bartel om naar haar toe te komen in Bree en in de andere (transcriptie)staat de datum van 3 april. Mijn nieuwsgierigheid is vooral gewekt door de reactie van Jan Bartel zelf die bij die brief gevoegd is. Daarin schrijft hij dat hij bijna in het graf was beland en dat hij door Gods gratie van de duivel is verlost.

Er zitten 6 brieven bij van priester Karel, ook een neef van hem, een broer van Mimie. Ik geef ze hier in mijn transcriptie in de volgorde, waarvan ik, volgens de inhoud, denk dat het de juiste is: brief 1, brief 6, brief 4, brief 2, brief 3 en brief 5. Ik geef ook de originele brieven, zodat de lezer kan zien of ik alles juist gelezen heb: origineel 1, origineel 6, origineel 4, origineel 2, origineel 3 en origineel 5. De correspondentie in in het Nederlands. Hij spreekt Jan Bartel aan met «Heer en Vriend». De antwoorden van Jan Bartel zaten begrijpelijkerwijs niet bij de documenten.

Ik probeer ook de context te begrijpen maar vind niet direct een reden voor zijn pijn en smarten. Het enige document uit die tijd dat enigszins wijst op onheil is een in het Frans opgestelde brief (die heel gehavend is en geschreven op 8 januari 1856). Daarin verklaart veearts J H Purnot dat hij door burgemeester Braekers gevraagd is om zijn veestapel te onderzoeken, waarvan 3 beesten lijden aan chronische diarree en die langzaam dood zouden gaan.Hij besluit een beest dat volledig verloren is te slachten en tot een autopsie over te gaan. Hij heeft inderdaad die chronische diarree vastgesteld die het beest volledig uitput. Een oorzaak kan ik in de gehavende brief niet vinden maar alles lijkt vrij natuurlijk. Hij heeft de twee andere beesten aan een “tonische samentrekkende medicatie” – une médication tonique astringente – onderworpen maar heeft weinig hoop dat ze het redden.

Op 28 januari 1856 verklaart diezelfde dierenarts dat hij verschillende medicamenten gebruikt heeft om de twee koeien te genezen maar dat er geen verbetering is. Hij denkt dat ze verloren zijn.

De mensen die ik aangeschreven heb denken omwille van deze laatste brieven dat er exorcisme is gedaan op de koeien in de hoop zo zijn veestapel te redden. Kristof Smeyers begint in zijn bovenvermeld boek op blz. 80 trouwens met “Want wie van de duivel spreekt… behoede zijn koeien.”

Hier ook nog wat familiale context waar niets er op wijst dat er is niet goed ging in het gezin van Jan Bartel en zeker niet iets waardoor hij “bijna in het graf was beland”.

Onze rechtstreekse voorouder Jan Bartholomeus Braekers is in 1856 58 jaar. Hij is geboren in Beek op 7 december 1798. Hij sterft op 28 september 1876, ook te Beek, «in het huis gelegen in het dorp binnen deze gemeente onder nummer zeven en zeventig».

Zijn vrouw, Anna Maria Waelbers is in 1856 50 jaar. (Ze sterft in 1868). Ze zijn getrouwd in 1828.

Ze krijgen 8 kinderen. Hun situatie in 1856:

Hendrik °1829 27 jaar en dan nog ongehuwd

Jan Theodoor °1831 25 jaar, ongehuwd (gebleven?)

Willem Frans °1834 22 jaar en dan nog ongehuwd

Peter Jacob °1837 19 jaar en dan nog ongehuwd

Hugo Hubert Quintus °1840 16 jaar en dan nog ongehuwd

Maria Helena Agnes °1843 13 jaar en dan nog ongehuwd

Juliana °1846 10 jaar en dan nog ongehuwd

Maria Pia °1849 7 jaar en dan nog ongehuwd

Zijn ouders zijn dan al overleden:

Willem Frans (ook burgemeester) in 1849 (79), Maria Smeets, diens eerste vrouw in 1811 (44 jaar) en Joanna Catharina Scheijmans, diens tweede vrouw in 1845 (74)

Willem Frans was een broer van Nicolaas Hubert °1775. Deze had 9 kinderen waarvan

4 priesters

Karel °1828 in 1856 28 jaar

Jan Hubert °1832 24 jaar

Louis Bartholomeus °1834 22 jaar

August Willem Hubert °1838 18 jaar

een dochter Mimie (Marie Agnes Mechtildis) °1829 en in 1856 nog ongehuwd. Ze was dan 27 jaar.

In 1856 is Jan Bartel nog steeds burgemeester van Bree. Dat was hij geworden in 1846 en is hij gebleven tot 1876. De dag voor zijn dood heeft hij nog een huwelijk ingeschreven als burgemeester. Hij is volgens zijn doodsprentje, «haastig overleden».